FAQ
Zijn er voldoende uraniumvoorraden en –reserves?
Waarom wordt er hoogradioactief afval van Frankrijk naar België getransporteerd?
Zijn er voldoende uraniumvoorraden en –reserves?
De OESO en het Internationaal Atoomenergieagentschap bevestigen dat de nu geïdentificeerde conventionele bronnen volstaan voor de wereldwijde bevoorrading van de kerncentrales voor de komende 85 jaar.
Neem je voor het aanbod van uranium een ander criterium, bijvoorbeeld de optelsom van zowel de geïdentificeerde als de aangetoonde en de vermoede voorraden, dan zijn de exploiteerbare reserves al goed voor 270 jaar.
Ga je nog verder op het vlak van het aanbod en houd je ook rekening met de onconventionele bronnen en het uranium dat gewonnen wordt uit secundaire bronnen – uit fosfaten bijvoorbeeld – dan spreekt het rapport over een gegarandeerde termijn van 675 jaar.
Uranium kan trouwens zelfs aan zeewater worden onttrokken; dan is de voorraad quasi onbeperkt. In de plaats van uranium kan ook thorium in de splijtstofcyclus worden gebruikt voor elektriciteitsproductie.
En dan spreken we nog niet over het uranium dat gerecycleerd wordt uit de opwerking van reeds gebruikte splijtstof. Ook de evolutie van de reactortechnologie is trouwens een belangrijke factor. De reactortypes van de toekomst zullen veel minder uranium nodig hebben om dezelfde hoeveelheid elektriciteit te produceren.
| Technologie | Aantal jaren (op basis van de elektriciteits- productie 2004) met geïdentificeerde bronnen | Aantal jaren (op basis van de elektriciteits -productie 2004) met totaal van conventionele bronnen | Aantal jaren (op basis van de elektriciteits -productie 2004) met totaal van conventionele bronnen en fosfaten |
| "klassiek" (zoals PWR) | 85 | 270 | 675 |
| Snelle reactor met recyclage van splijstof | 2570 | 8015 | 19930 |
Waarom wordt er hoogradioactief afval van Frankrijk naar België getransporteerd?
SYNATOM ondertekende in de jaren 70 opwerkingscontracten voor in totaal 671,5 ton brandstof met de Franse industriële groep AREVA NC (toen nog COGEMA). Dat paste toen in de regeringsbeslissing om een strategie van opwerking en recyclage te volgen voor een deel van de bestraalde splijtstof. Het gerecupereerde materiaal uit deze opwerking - uranium en plutonium - werd opnieuw gebruikt voor de productie van elektriciteit.
De contractuele bepalingen hielden ook de verplichte terugkeer naar België in van de afvalstoffen uit opwerking voor hun verder beheer. Dat past trouwens in de Europese richtlijn die zegt dat radioactief afval moet worden beheerd in het land waar het is ontstaan.
Tussen 2000 en 2007 keerde er per jaar dus 5 tot 10 m³ verglaasd afval terug, in totaal zo’n 70 m3. Heel concreet is dat het volume hoogradioactief afval dat overblijft na opwerking van de splijtstof die instond voor van de totale Belgische elektriciteitsbehoefte gedurende drie jaar. Met het transport van 3 april 2007 is 99 % van de totale radioactiviteit aanwezig in de splijtstof van de Belgische kerncentrales op het moment van opwerking nu gerepatrieerd.
Uit La Hague moet ook nog gecompacteerd afval (ongeveer 90 m3) naar België terugkeren. Dit bestaat uit de resten van de metaalstructuren van de splijtstofelementen. De terugkeer ervan start in 2009 en loopt door tot 2013. Na 2013 moet enkel nog een kleine hoeveelheid procesafval naar België terugkeren. Over de conditioneringswijze daarvan worden besprekingen gevoerd met AREVA.
Zullen de nucleaire voorzieningen volstaan en zoniet worden de kosten dan op de gemeenschap afgewenteld?
De wet van 11 april 2003 en de wijzigingen van 25 april 2007 hebben een strikt kader bepaald voor de evaluatie en het beheer van de provisies. Omdat de markt is vrijgemaakt en de energiebedrijven blootstaan aan concurrentie, heeft de overheid ervoor gezorgd dat de provisies op termijn altijd toereikend en beschikbaar zullen zijn, wat er ook gebeurt.
Ze heeft dus een kader uitgewerkt dat erover moet waken dat de kosten van het nucleair passief in de toekomst niet op de gemeenschap worden afgewenteld. Inderdaad, als de reële kosten voor de ontmanteling van de centrales of voor het beheer van de gebruikte splijtstoffen toch hoger zouden oplopen dan de voorzieningen, kan de overheid de exploitanten van de kerncentrales vragen om het resterende deel bij te passen. De wetgeving is in dit opzicht zeer formeel en deze verplichting is niet in de tijd beperkt.